Laatste reacties

maart 2010

ma di wo do vr za zo
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30 31        
Blog powered by TypePad

Thuisland

  • Molen
    Geboortegrond, nog steeds het thuisland. Met een sterke voorkeur voor de rust van weidse vergezichten en gecultiveerd land.

Sentiment

  • Smoorfiets1964
    Het is ook een rode draad in mijn blog: sentiment. Jeugdsentiment, maar ook het sentiment van alledag. In dit album allemaal foto's waarin het sentiment een hoofdrol speelt.

Klik

De Amsterdamse hoofdcommissaris van de politie Bernard Welten wil dat burgers waakzamer worden. Dat zou voor de politie stukken schelen, verzekert hij. Om de burger te betrekken is er een 'kliklijn' opgezet en die wordt goed gebruikt.

Zelf heb ik nog niet geklikt. Maar ik ben wel een waakzame burger, altijd bereid tot signalering of ingrijpen. Nog maar net woonachtig in de stad, was ik ooggetuige van de diefstal van mijn fiets. Ik aarzelde geen seconde en rende naar buiten. Helaas kon ik de daders niet meer in de kraag vatten. Onze toenmalige buurman was toevallig buiten en maar al te bereid om samen met mij de achtervolging in te zetten. In een wilde achtervolging in zijn blauwe auto zaten we de dieven op de hielen, maar helaas konden we ze niet inrekenen. Een zwaailicht voor op het dak zou toen wel handig geweest zijn.

In het dorp waar ik opgroeide, kenden we eigenlijk geen criminaliteit. Iedereen lette op iedereen en dat maakte het bijzonder veilig. En de een lette nog een beetje meer op dan de ander. Zoals onze overbuurvrouw. Zij wist alles wat er in het dorp gebeurde. En ze zag ook alles wat er in het dorp gebeurde: 's nachts en overdag. Blijkbaar had ze niet veel nachtrust nodig. Want de twee inbraakpogingen die er in het dorp werden gedaan, werden onmiddellijk opgelost. Zij was namelijk net wakker en had zoals altijd pen en papier bij de hand. Ze noteerde het kenteken van de auto en zo werden deze misdaden op kinderlijk eenvoudige wijze opgelost.

Zou het overal zo gaan, dan zou er een enorme besparing op het politiekorps doorgevoerd kunnen worden. Maar zo zal het natuurlijk niet gaan. Niet iedereen is zo'n talent als onze toenmalige overbuurvrouw. De pet paste haar gewoon, ook al ging ze niet gekleed in undercover blauw.

Wel zun, gain weelde

Nooitgedacht maar welgelegen. Het boekje zit tussen allemaal pockets voor jongens. Mijn schoonmoeder kreeg ze van een vriendin. Het verdwaalde boekje gaat over de geschiedenis van de huisnamen in Nederland. Op het omslag staan een aantal voorbeelden: De Mensch wikt, God Beschikt, 't is Genade, Naar de lust, Op heem, Casa Cara, Mijn laatste stuiver. Het is een uitgave van de HEMA uit 1986.

Ik blader het boekje door en leer er weer heel wat bij. Als ik er goed over nadenk, ken ik niet zo heel veel huizen met een naam. Hier in onze woonplaats staat een borg met de naam Welgelegen. Die kom ik ook tegen in het boekje in het hoofdstuk Is Welgelegen nog altijd welgelegen? Welgelegen valt in de categorie huizen die vernoemd zijn naar hun ligging. En tja; Borg Welgelegen kijkt nu uit op een gaslocatie en het spoor. Iets minder welgelegen dan toen het gebouwd werd, denk ik.

In mijn geboortedorp staat een huis dat Zonneweelde heet. Ik schat dat het uit de jaren dertig stamt. Zolang ik me kan herinneren wordt het door dezelfde familie bewoond. Inmiddels woont er nog een vrijgezelle man. Vroeger kon je hem regelmatig signaleren in het dorpsleven. Hij had een luidruchtige dronk over zich. Vrolijk, dat wel. Ik herinner me nog dat hij altijd zong: "Tsieboem, tsieboem, en de vraauwluu worden nait doen."* Daarna volgde er dan nog een regel die ik hier maar niet zal herhalen. Meestal ging hij na zo'n vrolijke drinkpartij naar huis en zette dan de frituur aan. Zo zijn er in Zonneweelde al een aantal keukenbrandjes geweest. Want als de frituur eenmaal aanstond, viel hij in slaap. Na een aantal van dit soort akkefietjes heeft hij het drinken afgezworen. En nu wordt hij niet meer in het dorp gesignaleerd. En zo staat Zonneweelde er nu weer rustig, onbedreigd door nachtelijke keukenbrandjes weelderig te zijn in de zon. Alhoewel zijn eigenaar altijd een kleine correctie aanbracht: Wel zun, gain weelde.

* "Tsieboem, tsieboem, vrouwen worden niet dronken."

Sjekje

Gisteren ging E. naar de drukker, niet eentje uit zijn eigen stal, maar een connectie van een opdrachtgever. "Ik heb nog een oud klasgenoot van je gesproken", zegt E. "Hoe kom je daarbij?", vraag ik. "Hij zei het", aldus E. Na enig doorvragen over fysieke kenmerken, kwam ik tot de volgende conclusie: "Het was Sjekje". E. kijkt mij bevreemd aan. "Sjekje", zeg ik. "Zo noemden we hem, want hij rookte graag sjekjes."

Toen ik opgroeide, hadden we in mijn geboortedorp de gewoonte om mensen bijnamen te geven. Ik ben daar een beetje in blijven hangen. Mijn moeder wees me erop. "Heeft Appel dat gedaan?", vroeg ik toen ze iets hadden veranderd op het gebied van telefonie. Appel was onze voormalige overbuurjongen.  "Hou toch op met je Appel", zegt mijn moeder. "Zo wordt hij allang niet meer genoemd." Appel was een verwijzing naar zijn rode appelwangen. En die heeft hij nog steeds. De man van de kringloopwinkel in het dorp verderop groeide ook op in ons dorp. Hij was een leeftijdgenoot en we noemden hem Oeroebaai. Waar de naam vandaan komt, weet ik niet meer. Maar voor mij kleeft de naam nog steeds aan de man - meer nog dan zijn eigen naam.

Sjekje is inmiddels verhuisd en misschien is hij zelfs wel gestopt met roken. 

Mijn opa had een baviaan

Dit weekend las ik een interview met de vrouw die door de gorilla Bokito is gegrepen. Het blijft een opmerkelijk verhaal. Zij heeft voortdurend met de aap staan flirten en heeft daarbij de verkeerde signalen afgegeven. Ze had haar ogen neer moeten slaan. En niet haar tanden bloot moeten geven. Dan had ze zich onderdanig betoond. Zij dacht dat ze gewoon tegen elkaar lachten.

LuitjeIk weet al vanaf dat ik een klein meisje ben, dat je een aap die zijn tanden laat zien, het best kan negeren. Mijn opa had namelijk een baviaan. Dat zou tegenwoordig niet meer kunnen, maar ook toen was het al apart.

Samen met een oom die op een vrachtwagen reed, haalde hij de aap uit Schagen. Het was de bedoeling om een ezeltje aan te schaffen, maar het werd een baviaan. Hij noemde hem Bavvi. Bavvi werd een niet over het hoofd te zien deel van de familie.

Ik was niet dol op Bavvi. Als wij kinderen langs zijn hok liepen om naar de appelhof te gaan, hing Bavvi altijd met een ontbloot gebit aan het gaas te schreeuwen. Wij vonden dat eng en dat had hij heel goed in de gaten. Hij deed het alleen bij kinderen en degenen die een hekel aan hem hadden.

Bavvi zorgde wel voor leven in de brouwerij. Hij ontsnapte regelmatig. Gewoon om de jampot in de keuken leeg te snoepen, of om in het dorp in een lantaarnpaal te klimmen. En daar ging hij dan de aap uithangen. Alhoewel mijn opa heer en meester was, was die niet meer in staat om een baviaan te vangen. Mijn vader moest dat doen. Die baalde daar wel eens van en dat wist Bavvi ook. Nadat pa 'm dan uiteindelijk gevangen had, grijnslachte bavvi altijd even achterom als hij met mijn opa aan de hand weer vertrok. Een spottend lachje leek het wel.

Mijn opa ging graag met Bavvi op stap. Hij nam 'm wel mee op de fiets. Mijn vader moet nog altijd heel hard lachen om het incident op de fiets waarbij Bavvi zijn voet in het wiel kreeg. Bavvi werd boos op mijn jongste oom die met mijn opa meefietste. Die kreeg er de schuld van, omdat Bavvi niet in de gaten had dat het zijn eigen poot was geweest. Ook ging mijn opa graag met Bavvi naar het voetbalveld. Mijn oma naaide voor dit soort gelegenheden diverse outfits voor Bavvi. Zo had hij als hij met mijn opa naar het voetballen ging het voetbaltenue van onze plaatselijke SC Woltersum aan. Met zijn zwarte broekje en witte shirt zag hij er strak uit. Maar hij had ook andere pakjes. Daarin poseerde hij dan gewillig met mijn opa voor de camera. En dan zag het er altijd schattig uit. 

Bavvi is al heel lang dood. Hij overleed iets eerder dan mijn opa. Zijn schedel is er nog. Die staat bij mijn oom op de schoorsteenmantel.

Wel binnen ie din?

Molen_framIk woon er al lang niet meer. Maar ook lang nadat ik uit het dorp vertrokken was, had ik het nog altijd over het dorp als ik het over 'thuis' had. Nu is mijn thuis ergens anders, maar naar mijn geboortedorp gaan is nog altijd thuiskomen. Ik hoor voor altijd bij het dorp en het dorp bij mij. Ik groeide er op en kende er iedereen. Het was een overzichtelijke wereld: er gebeurde van alles in het dorp. Er zijn veel mooie verhalen te vertellen.Over goede tijden en kleurrijke mensen, zoals brugwachter B.

Ik groeide op aan het Eemskanaal in een tijd dat bruggen nog niet op afstand werden bestuurd. Bij iedere brug zat er nog een brugwachter in het hokje. Lang geleden was dat B.. Hij werd geboren met een hazenlip. En dat was aan zijn spraak nog altijd goed te horen. Mijn vader kan hem ontzettend goed imiteren. Daarbij zijn er leuke verhalen over hem te vertellen. Dus op verjaardagsfeesten vertelt mijn vader regelmatig op speciaal verzoek nog een verhaal over B..

B. woonde met zijn vrouw in het brugwachtershuis. Zoals iedere brugwachter, draaide ook B. nachtdiensten. Maar dat ging hem niet makkelijk af. Regelmatig viel hij 's nachts in slaap met als gevolg toeterende schepen voor de dichte brug. Iedereen in de omgeving en het dorp -twee kilometer verderop- was dan ver voor B. wakker. Dus het ontging ook werkelijk niemand. Op een nacht dacht een van de omwonenden B. zit natuurlijk weer te slapen. Ik zal 'm maar even bellen. En met succes: B. werd wakker, nam de telefoon aan en zei: "Moi buurman, wacht even, ik kin nou nait proaten, ik mout eerst brug eem opendoun. Ligt n schip veur."

Onder alle mensen die wakker werden van toeterende schepen, was ook zijn vrouw. En het kwam dan vaak voor dat zij opstond en naar het brughokje liep om haar man wakker te maken. Zo gebeurde dat ook een keer op een donkere regenachtige nacht. Over haar pyjama trok ze snel een jas, een capuchon over het hoofd en zo rennend naar het brugwachtershokje. Daar tikt ze op de gesloten deur. B. wordt wakker en kijkt in verwarring naar zijn vrouw. "Der ligt n schip veur!", roept zijn vrouw. En dan spreekt B. de historische woorden "Wel binnen ie din?" tegen zijn verbolgen vrouw.

We kennen het verhaal door en door, maar iedere keer lachen we er weer smakelijk om. Later zagen hij en zijn vrouw er de humor wel van in. Ze vertelden het verhaal verder aan mijn vader.

Janko

Molen_fram Ik woon er al lang niet meer. Maar ook lang nadat ik uit het dorp vertrokken was, had ik het nog altijd over het dorp als ik het over 'thuis' had. Nu is mijn thuis ergens anders, maar naar mijn geboortedorp gaan is nog altijd thuiskomen. Ik hoor voor altijd bij het dorp en het dorp bij mij. Ik groeide er op en kende er iedereen. Het was een overzichtelijke wereld: er gebeurde van alles in het dorp. Er zijn veel mooie verhalen te vertellen. Over kleurrijke mensen en goede tijden.

Toen ik in het dorp opgroeide, waren er nog verschillende winkeltjes. We hadden een bakker, twee kruideniers, een fourniturenzaak, er was nog een smid, en een winkel van sinkel. De winkel van sinkel heette bij ons de winkel van Janko. Janko woonde als vrijgezel samen met zijn oude vader in het pand waarin ook zijn winkel zat. Ik denk dat mijn voorkeur voor rommelige winkels ooit geboren is bij Janko. Het was er namelijk een enorme zooi. Maar Janko wist alles feilloos terug te vinden. Janko was van huis uit schilder, maar in de winkel had hij werkelijk van alles te koop. Je kon er voor van alles terecht: van koppen en schotels, verfspullen tot speelgoed. Soms kocht hij een bijzondere partij op. Gebloemde slips bijvoorbeeld. Die bood hij dan tegen een scherp prijsje aan. Janko was er fameus om dat hij iedereen 'in de broek kon schatten'. Ooit kwam een tante van buiten het dorp bij Janko en die snuffelde tussen de gebloemde slips. "Neem dij mor gerust. Dat is dien moat wel.", verraste Janko haar. Zonder dat ze er erg in had, was haar door Janko op het oog de maat genomen.

Janko overleed te vroeg, jaren voor zijn vader. Het einde van Janko betekende ook het einde van de winkel. De winkel werd een woonhuis. Het dorp ging verder. Maar soms duiken zijn spullen na jaren nog weer op. Mijn moeder vertelde laatst nog dat ze -ruim dertig jaar na dato- nog ergens een gebloemde slip aan een waslijn had zien wapperen. "Dat was er nog eentje van Janko", zei mijn moeder. Dus het was wel een rommeltje bij Janko, maar hij verkocht geen rotzooi.