Deze vakantie heb ik niet zoveel gelezen. Ik had het te druk met campingobservaties. Maar nu haal ik de schade in. Vrijdagavond gingen we naar de bibliotheek verderop. Onze eigen bibliotheek heeft in verband met de zomervakantie beperkte openingstijden. Vandaar. Al grasduinend heb ik al snel een tas met boeken. Ik neem er ook eentje mee met de intrigerende titel Dutch women don't get depressed van journaliste Ellen de Bruin. De ondertitel is Hoe komen die vrouwen toch zo stoer? In het boek gaat De
Bruin op zoek naar wat Nederlandse vrouwen typeert.
Ik begin erin zodra we thuis zijn. De Bruin vraagt aan allerlei buitenlandse kennissen wat ze nu typerend vinden aan Nederlandse vrouwen. En dat blijkt nog helemaal niet zo eenvoudig te zijn. Aanvankelijk komt iedereen met het door weer en wind fietsen, met kinderen en boodschappentassen op en aan de fiets. Ze zijn bovendien lang. De Nederlandse vrouw is daarnaast sportief en kan tegen een stootje. Ze heeft wel een soort natuurlijke schoonheid, maar kleedt zich niet erg elegant. Tenminste, dat vinden vooral vrouwen uit Oost-Europa. Een Nederlandse vrouw denkt wel dat ze geëmancipeerd is, maar toch bereikt ze op haar werk de top niet. Ze werkt parttime, omdat ze de boel thuis niet aan haar man kan overlaten. In het algemeen dan, want het geldt natuurlijk niet voor iedere Nederlandse vrouw. Behalve vrienden en kennissen komen er ook verschillende 'specialisten' aan het woord.
Al lezend herken ik dingen. In Engeland verbaasde ik me hogelijk over de kamperende vrouwen met hun enorme beautycases en föhns. Iedere ochtend zag ik ze staan: zorgvuldig lijntjes trekken, plamuren en het haar stylen. Ik kon het iedere morgen aanschouwen, want ik ging me iedere morgen douchen. En dan was ik klaar als ik me had afgedroogd en mijn haar geborsteld en in model had gedrukt. Dat is voor mij in de vakantie voldoende. Zo niet de Engelse vrouwen. Ik verbaasde me er hogelijk over. Maar dat is dus typisch is voor een Nederlandse vrouw, weet ik nu.
En ten aanzien van het parttime werken: ja ook ik werk parttime. Om precies te zijn ruim 25 uur. Daarmee ben ik een stereotiepe Nederlandse vrouw. Maar mijn kinderen heb ik niet gekregen om ze vervolgens nooit te zien, denk ik dan. Ik werkte aanvankelijk vier dagen, maar toen de derde kwam, vond ik dat teveel worden. Gewoon omdat ik geen ruimte meer overhield voor de dingen die ik belangrijk vind. Ik werk om te leven, ik leef niet om te werken. Franse vrouwen daarentegen vinden het geen probleem om de kinderen de hele dag naar een crèche te brengen, om zichzelf vervolgens zo goed mogelijk te kunnen voorbereiden op de thuiskomst van de man en op het bereiden van de maaltijd.
Ook hecht ik aan de balans die er is in ons bestaan. Ik ben economisch onafhankelijk en E. ook. In huis verdelen we de taken. Dat schijnt ook typisch Nederlands te zijn: het streven naar gelijkheid. Het is niet uniek voor ons: het zit allemaal ingebakken in de cultuur. En die is niet van vandaag of gisteren. Die ontstaat door de eeuwen heen. Maar het maakt ons wel gelukkig. Vandaar ook de titel. Geluksdeskundige Ruut Veenhoven licht dat toe: keuzevrijheid maakt mensen gelukkiger, individualisme maakt mensen gelukkiger en ook gelijkheid. Het gebrek aan hiërarchie in de samenleving maakt dat mensen zich gelukkiger voelen. Assertieve mensen zijn gelukkiger. En dat ze niet zo met hun uiterlijk bezig zijn, levert een ontspanning op die Nederlandse vrouwen ook gelukkiger maakt. Ik heb er zelf niet de hand in gehad en ik was al gelukkig dat ik als Nederlandse vrouw ben geboren. Maar nadat ik dit boekje heb gelezen, stemt het me nog gelukkiger!
Typisch Nederlandse waarden zijn mooi vervat in deze reclamespot:
Laatste reacties