Laatste reacties

maart 2010

ma di wo do vr za zo
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30 31        
Blog powered by TypePad

Thuisland

  • Molen
    Geboortegrond, nog steeds het thuisland. Met een sterke voorkeur voor de rust van weidse vergezichten en gecultiveerd land.

Sentiment

  • Smoorfiets1964
    Het is ook een rode draad in mijn blog: sentiment. Jeugdsentiment, maar ook het sentiment van alledag. In dit album allemaal foto's waarin het sentiment een hoofdrol speelt.

« november 2009 | Hoofdmenu | januari 2010 »

Geschikte verkopers

Mijn moeder treft heel veel 'geschikte verkopers'. Geschikte verkopers zijn verkopers die korting geven. Zoals gisteren bijvoorbeeld. Ze ging met mijn jongste zusje kijken naar een digitaal fototoestel. Niet dat mijn moeder veel verstand heeft van digitale fototoestellen. Waar ze echter als geen ander verstand van heeft is afdingen. En dat kwam haar ook nu weer van pas.

E. vertelt het verhaal van de aankoop aan tafel. We hadden de voorbereidingen meegekregen: mijn zusje had een toestel naar haar zin gevonden. Bij Bol.com was dat toestel echter €50,- goedkoper dan bij Saturn. Mijn zusje wilde het toestel toch graag even in handen hebben. Dus ging ze gewapend met een uitdraai van het toestel van Bol.com met mijn moeder naar Saturn. Daar legt een 'hele geschikte verkoper' mijn moeder en zusje de ins en outs van het toestel uit. Vervolgens haalt mijn moeder het papier van Bol.com erbij en zo komt het spel op de wagen. Resultaat: mijn zusje krijgt het toestel €50,- goedkoper mee, dus voor dezelfde prijs als bij Bol.com.

's Avonds laat bel ik mijn moeder voor de details. "Het was een heel geschikte verkoper", zegt mijn moeder. "Ik hoefde eigenlijk helemaal niet veel te zeggen. Ik haalde alleen het papier tevoorschijn en toen zei ik: we wilden hem alleen even in handen hebben, daarom zijn we hier. Want het verschil is natuurlijk te groot, dat snapt u zelf ook wel. Jammer, want we hadden hem graag hier gekocht. Ik heb hem het papier laten zien en hij heeft het uitgezocht op internet. Het klopte natuurlijk. En toen konden we hem met €50,- korting meenemen. Ja, zij willen natuurlijk ook graag verkopen." Net zo makkelijk. "Maar iedereen die daar zomaar binnenkomt zonder zich voor te bereiden, betaalt wel die €50,- extra natuurlijk. Zo is het wel." Tja, die verkoper is nou ook weer niet zo geschikt dat hij iedereen die korting geeft.

Prepensionada

Ik leid op dit moment een min of meer gepensioneerd bestaan. Tenminste, zo voelt het een beetje aan. Ik hang een beetje rond en lees wat. Het is een kerstvakantie zoals altijd: een vakantie van helemaal niets doen, een vakantie van uitstellen en afstellen. Omdat het gebruikelijke tempo volstrekt niet nodig is, doe ik alle boodschappen lopend. Vandaag haal ik voor het eerst de auto weer van stal. Onze zoon en ik rijden naar de kringloop in een nabijgelegen plaats. Dat is een mooi gesorteerde kringloopwinkel. De drang om naar de kringloopwinkel te gaan komt vaak naar boven na het lezen van een flinke stapel woontijdschriften. Op de automatische piloot rijden we naar de plaats van bestemming. "Hee, het is gesloten", zegt onze zoon. "Het is verhuisd", zeg ik -nadat we twee keer langs het gesloten hek zijn gereden. We kennen het nieuwe adres niet. Dan maar eerst naar het winkelcentrum. Als we naar het nieuwe adres van de kringloop vragen, kan niemand ons verder helpen. Terug bij de parkeerplaats zien we een plattegrond staan. Daar vinden we al snel de door ons gezochte straat.

We stappen weer in de auto en rijden doelgericht naar de nieuwe vestigingsplek van de kringloopwinkel. We vinden geen 'must have' woonartikelen. Wel scoor ik er twee roze bakjes voor mijn collectie roze glaswerk en drie bijzonder mooi gevormde advocaatglaasjes. Zo mooi, dat ik denk dat ik vaker advocaat ga lepelen. Op de bovenverdieping scoren we boeken, waaronder een bijzondere vondst: twee ingebonden banden van jaargang 1949 van het tijdschrift De Spiegel. Thuis aangekomen blader ik de banden door. Wat zag de wereld er zestig jaar geleden anders uit! Zo zie ik een advertentie in de gebiedende wijs, die anno 2009 nooit meer zo gemaakt zou worden: Zeg nu geen Jan Jaarsma meer, zeg Dru Jaarsma. Inmiddels is Jaarsma ook vervallen en is het nu alleen nog Dru gashaarden. Ook staan er verschillend breipatronen in, die als volgt worden aangeprijsd: Een nieuw pakje voor Robbie! Het is een gebreid pakje uit een stuk voor een jongen van een jaar of drie. Het is geweldig. Zo kom ik de dag weer met gemak door.

Karaokesetje

Deze week ben ik tijdens mijn gebruikelijke blogmoment aan de buis gekluisterd. We kijken weer naar Top 2000 a gogo. Dat is een jaarlijks hoogtepunt. "Er zou veel meer muziek voor de televisie moeten zijn", zeg ik. Onze oudste trekt haar wenkbrauwen op. "Er is altijd muziek voor de televisie", zegt ze. Ik kijk haar niet-begrijpend aan. "TMF, MTV?", zegt ze. Hier komt de generatiekloof genadeloos om de hoek kijken. Inderdaad, er is voortdurend muziek te zien op de televisie. Maar dat is niet de muziek die ik wil zien. Ik denk dan aan mooie muziekdocumentaires zoals in het Uur van de Wolf of zoals die DVD van Rufus Wainwright die E. van de bieb meenam. Of natuurlijk een gezellige familie-uitzending zoals de popquiz. Heerlijk daaraan is dat het veel muziek is uit mijn jeugd of net daarvoor. Met filmpjes van Michael Jackson uit de tijd dat hij nog bruin was.

Ik vind het ook altijd leuk om even mee te zingen. Dat wordt door de rest van de familie niet zo gewaardeerd. "Zag ik niet een karaokesetje in de LIDL-folder staan?", vraag ik. "Of was het nou de Aldifolder?" "Vernietig die folders" bijt onze zoon E. toe. "Lijkt jullie dat ook niet leuk?", zeg ik. "Nee", klinkt het in koor. En dat terwijl ik zo gelukkig word van meezingen. Het meest gevreesde nummer in de Top 2000 is Child in time van Deep Purple. Op zich niet een van mijn favorieten, maar heerlijk om mee te gillen. Als ik vanmiddag de folders nog eens na wil kijken om het karaokesetje serieus te overwegen, is het oud papier in de container verdwenen.

Frikadel of frikandel

Ik stoor me buitengewoon aan de schrijffouten die ik overal zie. Het vervoegen van werkwoorden - gebruik ik wel of geen t- is voor heel veel mensen heel lastig. Ik zie zelfs (zeer) regelmatig fouten in de krant. Laatst hadden we op het werk studenten die een onderzoek voor ons deden. Het afgeronde onderzoek wilden we eigenlijk in de organisatie verspreiden, maar er zaten zoveel fouten in, dat collega de hele notitie eerst heeft gecorrigeerd. We wilden vooral niet de schijn wekken dat we het verschil niet zouden kennen. Natuurlijk maak ik zelf ook wel eens een fout. Dan zit ik bijvoorbeeld nog iets in een oudere spelling te schrijven. Vaak stok ik even als ik het niet zeker weet. Dat is mijn ingebouwde taalantenne. Denk ik dat het niet klopt, maar weet ik het niet zeker, dan zoek ik het altijd even op. Soms twijfel ik helemaal niet. Zo las ik laatst het woord frikadel. "Fout', dacht ik. "Het is frikandel." Een frikadel is zo'n Duitse gehaktbal en geen Hollandse slachtafvalstaaf. Maar wat blijkt? Ik zoek het op in het Groene Boekje: frikadel [fri·ka·del], frikandel [fri·kan·del], de, frikadellen [fri·ka·del·len], frikandellen [fri·kan·del·len], frikadelletje [fri·ka·del·le·tje], frikandelletje [fri·kan·del·le·tje]. Je mag dus zowel frikadel als frikandel gebruiken. Mijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar frikandellen, ook al eet ik ze niet.

De O van Ozan

De jongste is aan het puzzelen. "Een jongensnaam die met een O begint", zegt ze. "Ken jij er een?" Ik ben vrij en ze betrekt anderen graag bij haar activiteiten. Het is dus niet per se zo dat ze zelf geen jongensnaam met een O kent. Ik ben bezig met koken. "Otto? Onno?" zeg ik. "Ik denk Ozan", zegt ze. "Ken je een jongen die Ozan heet dan?" "Ja, die zit bij ons op school", zegt ze. Geen Otto en geen Onno, leert navraag me. Zo gaat dat. Ik ken nog een Otto en nog een Onno en geen Ozan. Het is het gevolg van de multiculturele samenleving. In onze woonplaats is een grote Turkse gemeenschap. En Turkse ouders kiezen er vaak voor om hun kinderen Turkse namen te geven. Daarom kent ze een Ozan. Autochtone Nederlanders kiezen er vaker voor om hun kinderen geen Nederlandse naam te geven. Daarom kent ze geen Otto en geen Onno meer. Haar leeftijdgenoten heten namelijk Patrick, Wesley of Jeffrey. Toch lijkt het tij wat dit betreft enigszins gekeerd: in de kindernamen top 10 staan geen Engelse namen meer. De top 3 wordt gevormd door Daan, Sem en Ruben en voor meisjes is het Emma, Julia en Sophie. Maar Otto en Onno? Die staan niet in de top 10.

In kerstsfeer

We zijn hier de hele week al in kerstsfeer. De jongste draait graag een kerstcd-tje. Dat wordt haar niet altijd in dank afgenomen. Vooral E. en onze zoon zijn niet zo van de kerstsferen. Ze heeft niet heel veel keuze: we hebben een cd van een kinderkoor, een gratis cd-tje van Douwe Egberts en een van Elvis. Die kreeg ik ooit van een collega, zelf ook Elvisfan.

Met name de kerstcd van Elvis is favoriet. Het kinderkoor is niet te harden en de Douwe Egbertscd heeft een hoog Toots Thielemans gehalte. Maar ik zou Elvis tekort doen als ik net deed of hij een verlegenheidskeuze was. Elvis is natuurlijk king, ook van de kerstliedjes. Hij was al vet voordat vet in was. Je kunt je er alles bij voorstellen dat Elvis kerst leuk vond. Hij leefde immers in een huis dat het hele jaar rond was opgetuigd alsof het kerst was. Elvis maakte nog meer kerstcd's. Niet alleen het exemplaar dat ik van collega kreeg. Er is er ook nog eentje met kerstduetten. Misschien moet ik die toch maar eens aanschaffen voor het volgend jaar.

of deze:

De vrouw als trofee

Maandagavond keek ik naar een aflevering van Millionaire Matchmaker. Patti Stanger probeert dan voor miljonairs een perfecte partner te vinden. Maandagavond waren er een 46-jarige miljonair en een dertiger. De oudere wil graag een Cindy Crawford -maar dan jonger- de ander wil graag een Paris Hilton. Voor mij was al heel snel duidelijk waarom deze mannen nooit zelf een match hadden gevonden en zullen vinden. Ze hebben namelijk onrealistische verwachtingen. De man van 46 wil een vrouw die ook zijn dochter zou kunnen zijn. Patti probeert hem op een realistischer spoor te brengen, maar hij houdt vol dat hij een vrouw tussen de 26 en 32 wil. De jongere man zit in de postorder sexindustrie. Voor hem is het niet moeilijk om een meisje te versieren, maar hij wil een relatie. In zijn woonkamer staat een paal om te kunnen paaldansen. De dildo's liggen op de keukentafel. Die paal moet weg, vindt Patti, net als de dildo's: die bergt hij maar op in zijn kantoor. Dat schrikt serieuze vrouwen af, vertelt ze hem. De dildo's verdwijnen naar het kantoor, maar de paal blijft. Dat is voor hem onbespreekbaar.

Patti doet haar best en vindt zo'n vijftien willige meisjes. Tijdens de dates wordt alles snel duidelijk. De jongere man wil eigenlijk geen serieuze relatie. Hij wil geen vrouw, maar een playmate. Dat is prima, maar waarom dan net doen alsof je een serieuze relatie wilt? De dame waarvoor hij koos leek eerste een goede match, maar ze zag er na een zwembadfeestje toch maar vanaf.

De oudere man, die toch een beetje sneu op me overkomt, zoekt een meisje van begin twintig uit. Je ziet de pijnlijke confrontatie. De muziek die zij leuk vindt, is voor hem volstrekt onbekend. Zijn favoriete films zijn andere dan die van haar. Zij kent de films waar hij over praat niet. De films waar zij warm voor loopt, zeggen hem niks. Het wordt overduidelijk niets. Dat zegt ze hem niet in zijn gezicht. Ze kiest ervoor om niets meer van zich te laten horen en niet te reageren op zijn pogingen tot contact. Patti heeft de miljonair sindsdien al aan verschillende andere jonge meisjes gekoppeld. Zonder succes. Patti weet wel waarom: hij wil geen vrouw, hij wil een trofee.

Gisteravond zag ik Maurice de Hond in het programma Vijf jaar later (aanrader!)van Jeroen Pauw. De vrouw van Maurice is zesendertig jaar jonger dan hij. Zijn oudste zoon is ouder dan zijn vrouw. Maurice en zijn vrouw zullen dus soortgelijke problemen hebben. Haar jeugdherinneringen zijn niet te vergelijken met die van hem. Toen Maurice klein was, was er nog geen televisie. In haar jeugd deed het computertijdperk zijn intrede. En ook voor hen zullen er de verschillen zijn op gebied van muziek, film en dergelijke. Dus ook daar zijn er obstakels. Toch heb ik bij Maurice geen moment het idee dat zijn vrouw een trofee is. Misschien is dat dan wel omdat hij niet op zoek is gegaan naar een jonge vrouw, maar er een is tegengekomen.    

Negatief reisadvies

Ik ben vrij. Onze auto is vrijdag in de garage gezet en die heeft nog geen daglicht weer gezien. De garage was geblokkeerd door sneeuw, tot de jongste en ik het vandaag wegschoven. Niet dat we nu direct weer in de auto stappen. We hebben de afgelopen dagen zelfs alles wandelend afgelegd, want we nemen ons de negatieve reisadviezen ter harte: als je niet echt op pad hoeft, dan mooi thuisblijven.

Rijden doen we dus even niet, maar bellen gaat nog prima. Vanmorgen bel ik even met mijn ouders. Hoe is het daar; zijn ze ingesneeuwd? Nee, vertelt mijn moeder, ze kunnen het dorp in en uit, zolang ze maar geen tegenliggers hebben, want er is maar een spoor. Ik sprak ook even met mijn vader. Hij is een echte weerliefhebber en hij vindt het mooi dat het nu eens flink sneeuwt. Zo maken zijn kleinkinderen tenminste ook nog eens een echte winter mee. "De laatste keer dat er zoveel sneeuw lag, dat was in 1979.", zegt hij. Dat is toch alweer dertig jaar geleden. "In 1963 was het nog erger." Mijn vader was destijds kolenboer. Negatieve reisadviezen bestonden toen nog niet. Al helemaal niet voor kolenboeren. Dus mijn vader was met dat slechte weer gewoon op pad. En dan kwam hij in uithoeken waar echt niet gestrooid of geschoven was. Maar het was zijn nering, dus natuurlijk ging hij op pad. "En als ik dan ergens niet weg kon komen, dan gooide ik een handje vol cokes voor de wielen zodat ze weer grip hadden.", vertelt hij. "Niet goed voor de banden natuurlijk, want de rook sloeg eraf, maar zo kwam je wel weer weg." Af en toe was het wel gekkenwerk, zo met zulk weer op pad. Dat vond ook zijn vader, mijn opa. "Ze konnen wel nait wies wezen mit zuks weer op pad" zei hij in die beruchte winter van '63 op een dag. Mijn vader, die net weer terug was, zei: " Man ik ben ja net weer terug!" Dat was opa even vergeten. In het Gronings zeg je dan: t oog kikt van zuk of.

Mocht iemand zich dus afvragen: waar ligt de oorsprong van het negatieve reisadvies? Noteer dan het volgende: opa, Woltersum, 1963.

Droog koekje of een appeltaart?

Boer zoekt vrouw ligt alweer even achter ons. Toch worden wij er hier nog regelmatig aan herinnerd. We hebben er namelijk een nieuw gezegde aan overgehouden, namelijk Is het een droog koekje of een appeltaart? Aan dit gezegde ligt een treurig verhaal ten grondslag.

Het begon allemaal met de oproep van de boeren. Naar iedere uitzending van Boer zoekt vrouw keken zo'n vier miljoen mensen, waarvan -naar ik schat- 3.9 miljoen vrouwen. Een van de boeren die uiteindelijk niet in het programma terecht kwam was Auke. Auke kreeg maar twaalf brieven. Op zich is het natuurlijk sneu dat van die miljoenen willige vrouwen maar twaalf dachten: die Auke, dat is een lekker ding, daar ga ik voor. Maar dat valt nog mee. Sneu werd het echt door de reactie van de moeder. Toen Yvon Jaspers met twaalf brieven aanklopte, zei de moeder -nog niet wetend hoeveel reacties er op haar zoon waren: "Nou, dan zullen we zien of het een droog koekje wordt of een appeltaart." Toen de twaalf brieven op tafel lagen, vroeg Yvon Jaspers: "En is dat nou een droog koekje of een appeltaart?" Het antwoord lag er natuurlijk dik bovenop: als je hier een kwalificatie op moest plakken, dan zou het overduidelijk een droog koekje zijn. Maar de vrouw zei -vervuld van moederliefde: "Nou, daar moeten we dan maar appeltaart van maken." Waarop Auke zei: "Jaa-aa." Het was een van de meest trieste televisiemomenten van 2009.

Deze scene is bij ons thuis tot een sketch verworden. Onze zoon voert dit met enige regelmaat op, waarbij de hele tekst met een zwaar Friese tongval wordt neergezet. Maar natuurlijk zijn er ook de 'everyday' variaties. Ik verzeker hem regelmatig dat hij een echt appeltaartje is. Waarop hij dan zegt: "Dat komt omdat jij mijn mem bent." Of hij zegt 's avonds tegen mij: "Nou-ou Mem, je droge koekje gaat naar bed. Jaa-aa." "Wist je wel dat er ook een band was die De droge koekjes heette?" zeg ik op een gegeven moment tegen hem. "Jaa-aa, dat zal wel", zegt hij ongelovig. Tot ik hem dit clipje van de Tröckener Kecks laat zien.

Groene vingers

Ik heb net zulke vingers als mijn oma. Mijn oma had dikke vingers. Maar behalve dikke vingers had ze ook groene vingers. En die heb ik niet. Tenminste dat dacht ik. Tot ik vorige week twee knoppen ontdekte in mijn lidcactus. De cactus staat er al jaren. Ik kocht hem bloeiend. Dat vond ik echt heel vrolijk staan. Maar na de korte maar hevige bloei stond 'ie nou al jaren gewoon groen te zijn. Ook mooi hoor, dat niet. En oersterk natuurlijk, want van al mijn planten verwacht ik dat ze tegen een stootje kunnen en dat ze niet al te dorstig zijn. Planten dus, die van nature graag lijden - sadomasochistische planten.

Onlangs verplaatste ik de lidcactus van een plek zonder direct daglicht naar een plek in het directe daglicht. En uit pure dankbaarheid is de cactus gaan bloeien. Ik vind het veelbelovend. Misschien heb ik naast dikke vingers toch ook wel de groene vingers van mijn oma geërfd.

Don't eat yellow snow

Het is heerlijk koud zo met die sneeuw overal. Niet het soort kou met harde wind waar ik de swienezaikte van krijg. Het is een lekkere frisse kou. We zijn het niet echt meer gewend. Als meisje droeg ik nog truien in de winter. Ik sta nog op verschillende schoolfoto's met zo'n mooie rood-witte trui met een Noors motief. Later droeg ik echte schapenwollen truien. Ze staan hier nog ergens op zolder, maar ik draag ze niet meer. Het hele huis is centraal verwarmd, dus waarom zou je? Alleen onze slaapkamers boven zijn niet centraal verwarmd. Daar is het nog ouderwets lekker koud. Voor de slaapkamers geef ik daar de voorkeur aan.

Vanochtend belt mijn moeder met me. We hebben het zoals altijd over de dingen des levens. Ook het weer passeert de revue. Onze kinderen zijn donderdag -sneeuwdag, gewoon op de fiets naar school geweest. "Ja jullie gingen vroeger ook gewoon altijd op de fiets", zegt mijn moeder. "En bij ons was er nog helemaal geen auto. Je stond er niet bij stil of het nou glad was of dat er sneeuw lag. Mijn moeder zei altijd: als het glad is doe dan maar een paar sokken over je schoenen. Heb je ook geen last van gladheid." Mijn vader praat op de achtergrond mee. Het werkte goed blijkbaar die sokken over de schoenen. "En oma deed altijd schuursponsjes om haar schoenen. Weet je wel van die ijzeren.", vertelt mijn moeder verder. Mijn oma was mank en het was dus belangrijk dat ze het op de been hield. "Het werkte hartstikke goed.", vertelt mijn moeder verder. Ik had het nog nooit eerder gehoord, maar het lijkt me een gouden tip. Misschien iets om naar de Mijn Sjumbo te sturen. Terwijl ik daar zo over zit door te denken zegt mijn vader iets op de achtergrond. Het gaat nu niet over het gesprek dat we voeren, maar over het feit dat we een gesprek voeren. Mijn moeder herhaalt het voor mij: "Als ik van telefoneren mijn werk zou maken kon ik er een goede broodwinning uithalen volgens je vader. Maar nu werkt het de andere kant op." We lachen er smakelijk om.

Even later ga ik naar buiten. Op mijn zware bergstappers stap ik vandaag naar de bakker. Ik heb optimale grip. Het is niet nodig om sokken over de schoenen te trekken of er een schuursponsje om te wikkelen. De sneeuw ligt er nog met dikke pakken. Maar het is al lang niet maagdelijk meer. Mensen en ook dieren hebben hun sporen er zichtbaar in nagelaten. Don't eat yellow snow zong Frank Zappa ooit al eens. Ik kom niet in de verleiding.

Een kansloze onderneming

"Je blog lijkt wel een consumentenrubriek", zegt E. Ik vertel hem waar ik over wil bloggen. Inderdaad, het is alweer een consumentenkwestie. Maar dat is puur toeval.

Eergisteren wilde ik een bon halen om iemand cadeau te doen. In de boekenwinkel in het winkelcentrum is sinds kort het postkantoor gevestigd. Omdat ik ook nog op zoek was naar een boek, besloot ik twee vliegen in een klap te slaan. Ik betrad -totaal tegen mijn gewoonte in- deze boekenwinkel. Mijn oog valt al snel op een geschikt boek. Erg druk is het niet in de zaak, maar tegen de tijd dat ik aan de beurt ben staan er toch een aantal mensen te wachten. Er staat een rij voor het postkantoor en een voor de afrekenbalie van de boekenwinkel. Ik sta even te dubben welke rij ik zal kiezen. De rij voor het postkantoor is langer. "Zou ik nou voor iedere balie apart in de rij moeten staan?", vraag ik me al wachtend af. Ik besluit mijn vraag voor te leggen aan de dame van de boekenwinkel. "Ik wil ook eigenlijk nog een bon van het postkantoor", zeg ik. "Oh dat kan hier ook wel hoor", zegt ze. Ze haalt een kartonnen doosje onder de balie vandaan met allemaal gevouwen en verfrommelde bonnen. Sommige zien er beter uit dan andere, maar het zijn allemaal overduidelijk gebruikte bonnen. "Ik bedoel een nieuwe bon", zeg ik tegen haar. "Deze zijn nieuw", zegt ze. "Nou ze zien er niet nieuw uit.", zeg ik. "Deze hoef ik niet." "U hebt wel gelijk, ze zien er niet echt nieuw uit", zegt ze. "Maar de nieuwe bonnen staan altijd in dit doosje onder de balie." Ze besluit even na te vragen bij de man van het postkantoor. Hij komt aanlopen en graait onder de balie. Opnieuw komt het kartonnen doosje tevoorschijn. "Hoeveel wilt u?", vraagt hij. "Ik wil een Irischeque van 20 euro", zeg ik. Hij duikelt een boekenbon op uit het doosje, strijkt hem met zijn handen plat en zegt: "Asjeblieft, 20 euro." "Dat is geen nieuwe bon en het is een boekenbon", zeg ik. "We zijn helemaal door de nieuwe bonnen heen", zegt hij. "Maar deze kunnen net zo goed." "Nee, bedankt", zeg ik. "Ik ga wel naar het postkantoor even verderop." In staat van schock verlaat ik de winkel. Dit heb ik nog nooit eerder meegemaakt. En als ik het zelf niet had meegemaakt, had ik het denk ik niet geloofd. Kan zoiets eigenlijk wel?

Bij thuiskomst vertel ik E. het hele verhaal. Hij is ook met stomheid geslagen. Het lijkt ons geen goed teken als je je ingenomen bonnen probeert te verkopen. We komen vaker bij de andere boekenwinkel in het winkelcentrum. En nu weet ik ook weer waarom. "Het is gewoon een kansloze onderneming.", zeg ik tegen E.

Sneeuw onthaast

Vanmorgen was de hele wereld wit. En het was direct duidelijk dat het geen kinderachtig laagje was. De wereld ziet er schitterend uit met zulk weer, maar het is minder eenvoudig om van A naar B te komen. "Ik breng jullie wel even langs school", zeg ik tegen de oudste twee. "Liever niet", zegt de oudste die vandaag zeventien is geworden. "Ik wil zelf naar huis kunnen rijden wanneer ik wil." En achteraf maar goed ook, want ze was vroeg vrij. Al na het tweede uur werd de school gesloten vanwege het slechte weer.

Ik was vanmorgen een uur onderweg waar ik anders binnen twintig minuten naar het werk rij. Ik heb de auto nog niet op de weg of zie een andere auto een enorme zwieper maken. De jongste zit bij me voor in de auto, want ze moet vanmorgen haar wratten weer aan laten stippen. "Zie je dat", zegt ze. "Die achterwielen draaien helemaal niet mee. Die zijn geblokkeerd!" En inderdaad, er was geen grip op de wagen te krijgen. Verder verliep de reis traag maar goed. Twintig, dertig kilometer reed ik steeds. Dat is eigenlijk het belangrijkst: niet te snel. En dan niet remmen, maar terugschakelen. Vanochtend kom ik niet verder dan de tweede versnelling. Vanmiddag heb ik nog wel even in de derde versnelling gereden. Sneller rijden was gewoon levensgevaarlijk. Op het werk druppelen de collega's langzaam binnen. Anderen laten het afweten. 

In verband met de verjaardag van de oudste was ik van plan om een uur eerder naar huis te gaan. En dat doe ik ook. Visite komt er verder niet vanwege het slechte weer. Als ik thuis kom zit de oudste achter de laptop. "Je had het moeten zien", zegt ze. "In de Kleinemeersterstraat was het net Domino Day: al die fietsers gleden de een na de ander ondersteboven." Zij had het gelukkig op de been gehouden. Ze was nog eens op tijd op school ook. Onze zoon was de eerste twee uur vrij, maar hem lukte het niet om op tijd te komen. "Er was echt geen doorkomen aan in de Kleinemeersterstraat", zegt hij. "Daar lag een heel dik pak sneeuw." "Die route moet je ook niet kiezen als het slecht weer is", zegt de oudste. Vandaag waren ze dus vroeg vrij. Morgen hoeven ze helemaal niet meer te komen. En het gala van vanavond gaat ook niet door, dus de gisteren in allerijl aangeschafte nieuwe galajurk kan nog even blijven hangen.

Kortom: alles ligt op zijn gat. De hele samenleving is hier ontwricht bij een sneeuwbui.  We zijn er totaal niet op ingesteld. Wat je wel leert: zo'n dik pak sneeuw is een ideale manier om te onthaasten.

Blogpower

Twee dagen geleden blogde ik over de mankerende mail van E. Hij was al een kleine week bezig om met KPN Zakelijk zaken te doen. En er zat maar weinig schot in de zaak. Tot we een reactie ontvingen van de klantenservice van de KPN op mijn blog. Vanmiddag kijk ik mijn werkmail even na en ik open ook mijn hotmailpostbus even. Daarin heb ik maar liefst drie mailtjes zitten van KPN Klantenservice met telefoonnummers erbij. E. probeert de nummers, maar krijgt geen contact. Misschien maar even via de hotmail dan. En ja hoor, vijf minuten later wordt E. teruggebeld. En dan ontrolt het spel zich vlot. Het probleem was niet eenvoudig te verhelpen, dus er ging wat tijd overheen, maar nu is het dan rond: we kunnen weer mail ontvangen en versturen. Het is mooi dat het nu opgelost is. Maar het is treurig dat het via mijn blog moest komen na talloze vruchteloze pogingen van E.

Bij KPN hebben ze dus blogspotters. En dat verbaast me niks. Het kost veel tijd en geld om een reputatie op te bouwen, maar het kan in een handomdraai weer worden afgebroken. Dus doen ze aan reputatiemanagement. Want alles staat of valt met het vertrouwen van consumenten. Dat hebben we allemaal tijdens de kredietcrisis kunnen zien. De consument heeft uiteindelijk de macht. Niet die enkele consument, maar als er meer consumenten worden bereikt, dan kan er een sneeuwbaleffect ontstaan. En via het internet staat die ene consument in verbinding met alle andere (potentiële) consumenten. Kon E. dus in zijn eentje zijn kop gaan staan, op het moment dat ik er een stukje over schrijf op mijn blog bereik ik zeker honderden mensen. Probeer dat maar eens van mond tot mond. En daar zitten ze bij KPN Zakelijk niet op te wachten. Dus grijpen ze in. En kunnen wij weer mailen. Dankzij blogpower.

Ijskoud

Het is nu wel echt winter. Het is namelijk koud, ijskoud. Zondag merkten we dat al. Onze zoon en ik gingen een stukje lopen. Als het koud wordt krijg ik altijd enorme rode vlekken in mijn gezicht zodra ik een stukje ga lopen. Zondag paste ik een paardenmiddel toe: ik smeerde me volledig in met vaseline. Als een ware 'grease lightning' wandelde ik rond. Mijn haar plakte aan mijn botervette gezicht. Mijn muts moest ik na de wandeling gewoon losrukken. Maar het mocht niet baten: 's avonds had ik evengoed een jeukend en bont gezicht. Ik ben de enige niet. Boezemvriendin heeft hetzelfde probleem vertelde ze me gisteren. "Er is niks aan te doen", zegt ze. Ze weet het zeker, want ze heeft een deskundige geraadpleegd. "Wat zou het zijn?", vraag ik. "Vroeger had ik er geen last van." Boezemvriendin weet het ook niet. Mijn moeder weet daarentegen precies wat het is: "t is de swienezaikte.", heeft ze me al vele malen verteld. Ze heeft er zelf namelijk ook last van. En dat heeft dan niets met Q-koorts, de vogelgriep of de Mexicaanse griep te maken. Mijn moeder is een slagersdochter. Haar verwijzing heeft iets te maken met de behandeling die varkens voor de slacht ondergaan. Over dit onderwerp vraag ik strategisch niet door.   

Ik had zondag dus al gemerkt dat het koud was. Vandaag is daar geen twijfel meer over mogelijk. "Misschien komt er wel een elfstedentocht", zegt onze zoon hoopvol. "Het achterwiel van mijn fiets was vanmiddag gewoon vastgevroren." De oudste knikt. "Mijn versnelling was op de derde versnelling vastgevroren", vertelt ze. E. en ik horen het verbaasd aan. Wij kunnen ons niet herinneren dat ons zoiets ooit is overkomen. "Zo koud is het toch niet?", vragen we ons hardop af. De jongste neemt iedere twijfel weg met de volgende mededeling. "Bij ons op school lag een doodgevroren cavia naast het gymlokaal."

KPN niet-zakelijk

E. werkt zelfstandig. Daarom heeft hij bij KPN Zakelijk zijn ADSL ingekocht. Vorige week bleek de mail het niet meer te doen. Voor zover we kunnen nagaan kan er wel iets worden verstuurd, maar komt er niets meer binnen. Een aantal jaren geleden kon het misschien nog zonder mail, tegenwoordig kan dat echt niet meer.

Toen het probleem onderkend was dacht E. dat het wel snel opgelost zou worden. Hij heeft tenslotte ADSL bij KPN Zakelijk. En dat Zakelijk zal er wel niet voor niets achter staan denk je dan. Zulke mensen weten dat je dagelijks bezig bent met zaken doen. Al snel kreeg E. in de  gaten dat het toch niet zo snel zou gaan als hij hoopte. Hij zou gebeld worden, maar het bleef ijzingwekkend stil. Anno 2009 kun je niet echt lang zonder mail, zeker niet als je broodwinning er mede van afhankelijk is. In allerijl maakte hij een hotmailaccount aan zodat er toch weer mail kan worden gestuurd en ontvangen. Dat was een fluitje van een cent. Veel gemakkelijker dan het moeizame contact met KPN Zakelijk. Vandaag heeft hij eerst een mail gestuurd en later een klacht ingediend. Nog steeds geen reactie. En dat noemt zich dan KPN Zakelijk. KPN niet-zakelijk lijkt me dichter bij de waarheid.

Wijsheid van Conimex

Bij mij op het werk is een collega die iedere week een andere spreuk onder zijn mail plaatst. Het zijn geen gewone boerenwijsheden zoals Een zwaluw maakt nog geen zomer, Vroege vogelzang maakt de winter lang, Tobben is de meest besmettelijke ziekte of Gooi geen spek in een hondennest. Nee het komt eerder in de richting van: Wie is een groot mens? Hij die het sterkst is in het oefenen van geduld, Als je compassie niet ook voor jezelf geldt, is die incompleet of Jij, jij zelf, evenzeer als wie dan ook in het gehele universum, verdient jouw liefde en affectie.

Dat roept bij mij een aantal vragen op. Ten eerste: Als je dat zelf al leuk vindt, waarom zou je zoiets in godsnaam willen delen met je collega's? Bij mij roept het alleen maar irritatie op. Wat heb je nou aan een wijsheid die maar een week meegaat? Hoeveel is dat waard? Is dat dan nog wel een wijsheid, of is het gewoon een oprisping, een mentaal boertje? Ik ga ervan uit dat je met een beetje wijsheid - net als met geboden- een levenlang toekunt. Mijn ongelovige opa zei over die geboden ooit: "Heb uw naaste lief als uzelf. Daar heb je je hele leven je handen vol aan."

De vraag die vervolgens bij me opkomt is: Waar haalt zo'n man die wijsheid vandaan? Sinds dit weekend weet ik dat. Ik gebruikte namelijk zaterdag een kruidenmix van Conimex. Op het pakje van de boemboe stond de volgende wijsheid: Om het pad voor je te kennen vraag je degenen die terugkeren. Op alle boemboes die ik in huis heb staat deze Oosterse wijsheid leert een snelle controle me. Zal ik deze naar hem sturen? Het is tenslotte niet zomaar iets: het is de wijsheid van Conimex.

Poekie

Vanmorgen ben ik bezig met het maken van een tonijnsalade. Ik gebruik daarvoor twee blikjes tonijn op water. Het blikje heeft een handige zelfopener (of hoe noem je zoiets eigenlijk?) Ik pulk de tonijn met een vork uit het blikje. Een pittige vislucht stijgt op. Ik krijg ineens een flashback. Waar doet me dit aan denken, dat schrapen uit het blikje? Het doet me denken aan kattenvoer. Niet echt eetlustopwekkend dus. En dat terwijl ik tonijn toch heel lekker vind.

Het is al heel lang geleden dat we een kat hadden. E. en ik hebben er samen nooit een gehad. E. is namelijk allergisch voor kattenhaar. En het toeval wil: zodra hij met een kat in een ruimte is, zoeken ze hem op. Het gevolg: E. krijgt rode bulten onder zijn ogen en zijn neus raakt verstopt. Geen pretje dus. Maar thuis hadden we vroeger wel een kat. Geen hele serie: we hebben er maar eentje gehad. En dat was Poekie. Een briljante naam voor een kat natuurlijk. We kregen haar op het moment dat ik voor mijn verjaardag een fototoestel kreeg. Ik denk dat ik vijftien was. In mijn eerste fotoalbum heb ik nog een wazige foto van de capriolen die een jonge Poekie op het dak van de buren uithaalde. En Poekie kreeg dus blikjesvoer. Het schijnt goed te eten te zijn, maar de lucht die eruit opstijgt... niet te harden gewoon.

Poekie is er allang niet meer en ik heb ook al heel lang niet meer aan haar gedacht. Maar ik had het al eens gelezen: geuren kunnen goed herinneringen oproepen. Dat klopt dus.

Doorrookt boekje

Vorige week nam ik een historische roman mee van de bieb. Goed en wel op weg bleek het een trilogie te zijn. Het eerste deel eindigde met een cliffhanger. Dus het zwarte gat na lezing was enorm. Op woensdag raadpleeg ik mijneigenbibliotheek.nl om te kijken waar het  tweede deel beschikbaar is. In de bieb hier in ieder geval niet. Maar in de nabijgelegen vestiging in Hoogezand wel. Dus gistermiddag rij ik na het werk langs de vestiging. Doelgericht stap ik de bibliotheek in en binnen een paar minuten is het bekeken: deel twee is binnen.

Gisteravond kon ik dus verder in het tweede deel. Dat doe ik vlak voor het slapen gaan, want 's avonds ben ik met onze zoon naar een informatie-avond over vervolgopleidingen geweest. Het boek lijkt vrij nieuw. Ik nestel me en dan kan het beginnen. Onze slaapkamer is zo zonder verwarming krakend fris. Heerlijk, vinden E. en ik dat. En dan ruik ik het: de onmiskenbare geur van sigarettenrook. Het boek is nog nieuw, maar toch zwaar doorrookt. Het is alsof het in z'n eentje naar een feestje is geweest. 

50% goed

Ik werk in een bedrijf waar heel veel mensen werken. En als ik zeg heel veel, dan bedoel ik ook heel veel. Geen honderden, maar duizenden. Zo is het niet begonnen. Ooit werkten er honderden. En daar kende ik een groot deel van. Op een gegeven moment ging het bedrijf zich uitbreiden in de regio. Het ging groeien. Aanvankelijk gaf ik nog iedereen die ik niet kende een hand als ik op een andere vestiging kwam. Dan stond ik bijvoorbeeld in de rij in de kantine en dan stelde ik me even voor aan iedereen in die rij. Dat heb ik lang volgehouden totdat iedereen me aankeek met een blik van: "Waarom zou ik jou moeten kennen dan?" Toen heb ik me neergelegd bij het feit dat ik niet iedereen ken. Toch ken ik nog wel veel mensen. Dat brengt mijn functie met zich mee. Ik beweeg me over de hele provincie, langs alle vestigingen. En ik maak graag hier en daar een praatje. Dat scheelt.

De mensen die ik ken zijn in drie groepen op te delen: collega's die ik van gezicht ken en collega's die ik bij naam ken en natuurlijk de naaste collega's. Over die laatste groep kan ik desgewenst zelfs een klein verhaaltje met personalia vertellen. Vandaag hadden we een aardig akkefietje dat alles te maken heeft met het kennen en niet kennen van je collega's. We hadden namelijk met een persoonsverwisseling te maken. Boezemvriendin en ik hadden een leuke enthousiaste mannelijke collega gespot die we wel eens zouden kunnen inzetten voor iets anders, zo dachten we. Dus tippen we hem aan collega G. We geven zijn naam door en G. gaat er achteraan. Vanmorgen zit ik in een vergadering en daar hoor ik dezelfde naam vallen, zonder daarbij het ons zo aansprekende enthousiaste profiel. Integendeel; die naam wordt genoemd in combinatie met een oudere ietwat norsige collega. Ik begin toch enigszins verontrust te worden en loop direct na de vergadering naar collega G. Die heeft inmiddels een redelijk botte afwijzing binnen gekregen van de door ons getipte naam. Naarstig zoeken we in het telefoonboek of er misschien twee collega's met die naam zijn. Maar nee, dat is niet het geval. Enig speurwerk biedt uitsluitsel: klein foutje van ons, de voornaam was goed, maar de achternaam kwam niet in de buurt. Toch nog altijd 50% goed. 

Het kan beter

Gisteren nog voelde ik me lamlendig. Maar vandaag ben ik er weer. Het was vanmorgen nodig om direct in actie te komen. We moesten namelijk al vroeg bij de tandarts in de stad zijn. We zijn binnen tien minuten in de stad, maar helaas ligt de praktijk van de tandarts helemaal aan de andere kant van de stad. E. en ik moeten samen terugkomen na de halfjaarlijkse controle. E. heeft een vulling die is gescheurd en ik heb een scheurtje in het glazuur bij een kroon. Er ligt een joekel van een verdovingsspuit klaar. Maar die wordt vandaag niet voor ons gebruikt. Het viel allemaal reuze mee. We waren snel weer hier. Dat past E. prima, want hij heeft het druk. Ik heb de hele dag nog voor me.

Ik doe een beetje in gedachten mijn jas uit in de kamer. Ik kijk zo wat rond. "Oh jee", zegt E. die de blik opvangt. "Wat?", zeg ik. "Je kijkt of alles weer anders moet." En inderdaad, ik stond net in te bedenken wat er nog mist. Eerlijk gezegd was het de hal die ik in gedachten had. Nu we buitenom een mooi hek hebben vind ik dat de entree wel anders kan. Ooit sneed ik een stuk overgebleven vloerbedekking op maat voor de hal. Maar eigenlijk wil ik liever tegels - een beetje passend bij het oude pand. "En die hal is eigenlijk ook best wel kaal", zeg ik. Vorige week reden we in het donker langs een huis waar ze in de hal een kroonluchter hadden hangen. Ook leuk. "Ik ga nog even naar de Kringloop." roep ik E. nog even toe. Ik koop er niets, maar ik kijk goed rond. Er hangen twee spiegels die E. ook maar even moet keuren. Die zouden best boven onze schoorsteenmantel passen. In de kringloopwinkel is het vergeven van borduurwerkjes. De morgenstond heeft goud in de mond lees ik. Ik ontdek ook verschillende geborduurde bloemenzuilen. En dat allemaal voor beslist geen geld als je nagaat hoeveel moeite het borduren van zulke stukken kost. Zou het niet leuk zijn om borduurwerk in de hal te hangen? Vlak naast de borduurwerkjes hangen de borden. Of zouden blauwe borden leuker zijn? Ik bespreek het als ik thuis kom met E. Die is bijzonder opgelucht dat ik niet direct tot aanschaf ben overgegaan. "Dat is gewoon camp", zegt hij. "Het kan gewoon niet. " Mmm, misschien. Ik zie nog wel even. "Koop maar een mooi schilderij van De Ploeg." probeert hij nog.

We zullen zien. Hoe dan ook, de nieuwe plannen verdrijven de lamlendigheid. In de hal schuif ik nog wat heen en weer met de oude Tiktakbus waarin alle sjaals, mutsen en handschoenen zitten. Het is een pronkstuk die ik ooit samen met mijn zusje uit een container haalde. Ik zet 'm nu dwars, zodat iedereen die binnenkomt er direct zicht op heeft. Mooi, veel beter.   

Eindejaarsmoeheid

Het ging heel goed. Ik heb zo mijn energieke perioden. Dan lijdt mijn gezin. Ik ben dan druk in de weer met schilderen en redderen. Dan voel ik me prima. Dan is iedereen rondom mij moe, behalve ik. Hoe anders is dat nu. Het heeft genadeloos toegeslagen: de eindejaarsmoeheid. Gisteravond sloeg ik mijn rondje bloggen al over. Ik had er eenvoudig de puf niet voor. Een beetje snotterig, branderige ogen, maar vooral: moe. Ik heb van alles geprobeerd: een chocoladeletter in een keer opeten, twee sinaasappels pellen en eten, koffie drinken. Maar het mocht allemaal niet baten.

Vanmiddag kijk ik aan het eind van de middag van pure lamlendigheid naar Dr. Phil die deze keer een show met zijn vrouw Robin doet over de mannelijke en vrouwelijke menopauze. Robin heeft natuurlijke hormonen geslikt voor de menopauze en nu ziet ze er geen dag ouder uit dan vijfentwintig. Dr. Phil doet niet uit de doeken wat hij slikt. Robin had voor ze hormonen slikte last had van haaruitval, verslapping, spierpijn, humeurigheid en wat al niet meer. Al met al lijkt het verdomd veel op mijn eindejaarsmoeheid. Na 36 uur hormonen slikken voelden vrouwen het verschil al, wordt verteld. We zien twee filmpjes waarin futloze ingekakte vrouwen zoals ik als door een wonder veranderden. Een van de vrouwen ging zelfs met haar dochter met barbies en barbiepaarden spelen. Dat is voor mij de druppel. Dat lijkt veel meer op senilisering dan vitalisering. Dan toch maar liever een beetje ingekakt.

Gelukkig van zoetigheid

Ik ben dol op zoetigheid. Als ik in kookbladen of -boeken kijk, dan kijk ik altijd met meer belangstelling naar toetjes - ook al eten we die eigenlijk nooit. Maar ik vind het heerlijk om over al dat zoets te lezen en het te bekijken. Dit is voor mij dan ook een heerlijke tijd. Vanaf september liggen de pepernoten al in de winkel. Die heb ik mooi laten liggen tot een week voor Sinterklaas. De afgelopen week heb ik me er helemaal aan overgegeven: aan de zoetigheid die hoort bij Sinterklaas.

De drang naar zoetigheid is niets bijzonders, lees ik in het blad Psychologie dat ik van de bieb heb gehaald. Onder de kop Vet en zoet smaakt echt lekkerder wordt uitgelegd dat we door miljoenen jaren evolutie zo zijn geprogrammeerd. Destijds was er voedselschaarste. Toen werd ons lichaam geprogrammeerd op 'pakken wat je pakken kunt' met daarbij een speciale voorkeur voor energierijk -vet en zoet- voedsel. Die aanpassing van destijds veroorzaakt nu een epidemie van overgewicht. Het nuttigen van vet en zoet voedsel wordt in de hersenen beloond. Dan wordt er -net als bij seks- een genotscircuitje in het brein actief waarbij het geluksstofje dopamine wordt afgegeven. Dat geluksstofje moedigt ons aan om hetzelfde gedrag te herhalen. Dan schreeuwt je brein: Ja dat was fijn, nog een keer!

Ik heb het genotscircuitje keer na keer afgelegd dit weekend. Het was dan ook een orgiastisch weekend. Maar op een gegeven moment is het toch genoeg. Na al die zoetigheid schreeuwt mijn lichaam dan om iets hartigs.

Voorpret

Vanavond vieren we Sinterklaas bij mijn ouders thuis met mijn zussen en de kinderen. We hebben een aantal weken geleden lootjes getrokken. Twee pakjes mogen we maken voor een bedrag van samen €15,-. Ik doe zelf het voorstel om het tot twee pakjes te beperken. Worden het er namelijk veel meer, dan duurt het te lang. En dat is dan jammer van de moeite die je doet voor het gedicht en het vinden van een leuk cadeautje. "Ik vind het maar niks", moppert E. een aantal weken geleden. "Kan ik nu niks voor jou doen?" "Een surprise erbij mag wel.", vind ik. Ik maak zelf namelijk al zolang ik uit het ouderlijk huis ben een pakje voor mijn zusje. Ik ging in Groningen wonen en daar schreef ik -geïnspireerd op het stadse dialect van de bovenburen- voor het eerst het gedicht met de beginregels: Moi mien leutje pòtje moi, Hou is t mit doi?  De inhoud van het gedicht is natuurlijk steeds anders, maar de beginregels zijn onveranderd. Voor haar maak ik dus ook altijd een surprise. Alhoewel surprise; er zit altijd marsepein in. En daar rekent ze ook op.

Gisteravond zitten E. en ik alleen in de kamer. Het is al laat. E. heeft zich de hele avond op zijn kantoor teruggetrokken om gedichten te schrijven. We nemen een glaasje wijn en E. zit nog met een papiertje in de hand. Ineens barst hij hardop in lachen uit. Het is niet zomaar over. De lachbui houdt even aan. Met lange halen komt hij weer tot rust. Hij schrijft iets op en opnieuw: een enorme lachbui. Hij slaat zichzelf van pret op de knie. Ik zit op de bank en lees de tijdschriften die ik net van de bibliotheek heb gehaald. "Je bent dus een gedicht voor mij aan het maken", constateer ik. E. rolt bijna van zijn stoel. "Jaa." "Had je dat ook niet beter op je kamer kunnen doen?" vraag ik. Veel reactie krijg ik niet, want het is opnieuw dikke pret. Deze keer eindigt het met een uithaal en een tekst: "Ooh briljant, al zeg ik het zelf." Hij is overduidelijk bijzonder ingenomen met het resultaat. "Niets leuker dan voorpret.", hikt hij nog na. "Je houdt het toch wel een beetje netjes?", vraag ik. Hij schudt zijn hoofd. Daar ziet hij het nut helemaal niet van in. Ik ben benieuwd. Vol verwachting klopt mijn hart.

Superwalhalla

Collega A. is opgetogen. En terecht. Ze heeft in het plaatselijke huis-aan-huis-blad gelezen dat hun super wordt overgenomen. Op zich natuurlijk geen reden voor euforie. De euforie wordt veroorzaakt door het feit dat de overnamekandidaten oude baas en jonge baas zijn van de supersuper hier ter plaatse. En natuurlijk kan collega zich daarop verheugen. Ze leest immers de lovende recensies die ik hier geheel belangeloos op mijn blog plaats.

Vanmiddag ben ik er weer: in de super, mijn favoriete spot. Jonge baas en oude baas zijn allebei op de vloer. Oude baas is nog helemaal geen oude man. Dat demonstreert hij even door van de verkeerde kant over een gesloten klaphekje te stappen. Hij heeft mazzel dat er niet iemand van de andere kant komt aanlopen, want dan had het toch heel vervelend af kunnen lopen. Maar het gaat allemaal goed. Ik winkel rustig door in de prettige ambiance die onze super is. De schappen zijn weer goed gevuld. Ook jonge baas is druk in de weer. Met kwieke tred loopt hij voorbij, vast druk bezig om de een of andere calamiteit te voorkomen. Ik herinner hem er maar niet aan dat er nog steeds geen rode linzen zijn. Vorige week ook al niet. Wel was er toen iets veranderd, ik liep namelijk langs het pastaschap en daar hing een bord met: Het glutenvrije aanbod is verhuisd naar het ecoplaza (Door mij in een vorige blog over de super dus onterecht oneerbiedig het ecohoekje genoemd). Ik schuif net met mijn supersize kar voorbij de rookworsten als ik oude baas opnieuw in het oog krijg. Zijn actieradius is werkelijk ongelofelijk. Nu staat hij geanimeerd met een oudere man te praten. Ik denk dat ze het hebben over de uitbreiding van het superimperium. Oude baas moet er niet aan denken dat hij thuis moet zitten, vertelt hij. Dat is niets voor hem.

Nee, hij tovert liever doodgewone supermarkten om tot places to be. En blijkbaar waren ze aan een nieuwe uitdaging toe. In onze super is alles namelijk al doorontwikkeld. We hebben nu een bekroonde viswinkel, een tapasbar, een notencorner en een ecoplaza. Veel meer past er niet in, beter kan niet. Ik ben blij voor collega A. Ik gun haar zo'n superwalhalla.

Allemaal genade

"Het is allemaal genade meneer." Een collega informeert hoe het met hem gaat. Dit is zijn antwoord.Ik had hem bijna niet herkend. Dat ik hem toch herken, komt vooral door zijn stem. Ik had hem al een hele tijd niet gezien. En dan heb ik het niet over een aantal maanden, maar over jaren. Hij ziet er nu goed uit met zijn frisse rode jas en geblokte pet. Zijn uitstraling past bij deze outfit. Heel anders is hij dan de sombere gelovige man van een aantal jaren daarvoor. Zijn geloof is overeind gebleven. "Het is allemaal genade meneer." Het ontroert me en ergert me tegelijkertijd. Ik vind het ontroerend vanwege de overgave en het vertrouwen die aan de uitspraak ten grondslag liggen. Een overgave die niet meer als van deze tijd aandoet. De ergernis zit 'm vooral in de willekeur van de genade. Waarom was die genade er niet voor hem toen hij zich een aantal jaren geleden zo slecht voelde? Waarom was die genade nodig voordat hij zich beter kon voelen?

Zelf is het genadedenken me vreemd. Vandaag vijftien jaar geleden beviel ik van een zoon; van onze zoon. Vandaag is het dus een feestelijke dag. Maar dat was het vijftien jaar geleden niet, want toen verkeerde hij die dag in levensgevaar. Het is allemaal goed gekomen. Maar daar was geen genade bij. Ik heb dat altijd als geluk hebben beschouwd. Want als je gelooft in genade, hoe verklaar je dan het ontbreken van genade op het moment dat het ongeluk toeslaat? En waarom wordt die genade dan zo spaarzaam verleend? Waarom was er een maand geleden geen genade voor de ex-collega van net vijftig die een vrouw met twee jonge kinderen achterliet? En waarom is die er niet voor de stervende mevrouw van een winkel hier even verderop die ook nog maar vijftig is? Of twintig jaar geleden voor mijn vijftigjarige oom? Hadden zij dan ook geen recht gehad op genade? Waar is hun vroegtijdig einde aan te wijten?

Maar hij stelt zich die vragen niet. Hij is dankbaar dat hem nu genade is verleend waardoor hij zich beter voelt. Ik gun het hem, maar persoonlijk zou ik geen genade hebben voor een hogere macht die zo willekeurig met genade omspringt. 

Een wreed lot

"Zet het maar even in de ...koelkast." Ik aarzel even, want ik wou eerst zeggen: "Zet het maar even in de vriezer." Wat ik eigenlijk bedoelde was: "Zet het maar even in de vaatwasser." Het gebeurt me regelmatig dat ik het net even verkeerd zeg. Ook de namen hussel ik door elkaar. Mijn dochters krijgen regelmatig de naam van mijn zusjes. En ik verwissel de naam van E. en onze zoon ook regelmatig. Een op de vijf Nederlanders wordt dement. Zijn dit de voortekenen, of is het iets heel anders? Als het voortekenen zijn, dan ben ik er wel heel vroeg bij. Maar dat kan ook; dan ben je een vroeg-dementerende.

Mijn overgrootmoeder van moeders kant was dement. "Het slaat een generatie over." aldus mijn moeder. Dan zou zij dus aan de beurt zijn en dat is dan ook haar angst. Ze herinnert zich nog dat haar oma een tijdje bij hun in huis woonde. Ze hadden een slagerij thuis. Er waren bovendien zeven kinderen, dus was het altijd druk in huis. En dan zo'n demente oma erbij. Dat viel niet mee. Als ze haar even uit het oog verloren, liep ze weg naar haar geboortedorp drie kilometer verderop. En ook moesten ze opletten dat hun oma als ze naar de wc moest, haar broek niet al in de winkel liet zakken. Haar dochter, mijn oma, herkende ze niet meer. Dan zei ze tegen haar: "Juffrouw ik goa nog eevm noar Jaantje." Pijnlijk voor mijn oma. De grote bonte Deense doggen die destijds bij mijn moeder thuis rondliepen, keek ze voor kalveren aan. "Luut, Luut, der is n kaalf oetbroken", jammerde ze dan. Mijn opa - doorgaans bepaald geen toonbeeld van geduld- ging iedere keer kijken en stelde haar vervolgens weer gerust.

Het is een wreed lot om zo uit het leven te worden weggenomen terwijl je nog leeft. Ik hoop niet dat het een generatie overslaat, ik hoop ook niet dat het twee generaties overslaat. Ik hoop dat het gewoon helemaal overslaat.

Brood met Speculoos

We hebben het niet gevolgd, maar het beste idee van Nederland is dit jaar een sluimerlamp geworden. Bedacht door drie jongens. Knap natuurlijk. We hebben er fragmenten van gezien. En toen zagen we allerlei ideeën voorbij komen: een auto die bleef drijven als hij per ongeluk in het water kwam, een fiets die in een handomdraai van een ligfiets in een gewone fiets kon worden omgetoverd. Dat waren de grotere ideeën die me wel aanspraken. Maar ook waren er de geboorteschuitjes: beschuit met muisje er al op. Dat idee haalde de finale. Of het plakje pindakaas. Dat haalde de finale niet. Maar wanneer het precies afviel dat weet ik dus niet. Na de eerste serie ontstond er in ons gezin namelijk toch een soort Het beste idee-moeheid. Bovendien waren we het vaak niet met de jury eens. Maar wat wil je? Een van de juryleden kan voor het in bedwang houden van zijn eigen kapsel zelf niks beters verzinnen dan een omhoog geschoven zonnebril. Dus heel inventief is zo'n man niet zou je zeggen.

In België werd een speculaaspasta het beste idee van België. Het is inmiddels in de handel als Speculoos. Ik proefde het laatst bij mijn zusje. Lekker! Vroeger had ik wel eens speculaasjes tussen mijn meegebrachte boterhammen. Zo smaakte het eigenlijk een beetje, maar dan smeuiger. Vorige week nam ik de Speculoos crunchy mee, een doorontwikkelproduct op de gewone Speculoos. Vanavond staat het potje te weken op het aanrecht: de Speculoos is al helemaal op. Wel een aanrader dus.